Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · MEXICO & MIDDEN-AMERIKA

De roodromp-vogelspin

Tliltocatl vagans · voorheen Brachypelma vagans

Een fluweelzwarte holenbewoner met koperrode haren, een web als alarmsysteem en veel meer gevoel voor trillingen dan voor zicht.

Bosbodem in Yucatán · gegenereerd leefgebiedbeeld

EVEN VOORSTELLEN

Een donker hol,
acht poten bij de ingang.

De Mexicaanse roodrompvogelspin komt voor in Mexico, Guatemala en Belize. Ze leeft vooral in open gebieden en bosranden met lage begroeiing, waar diepe kleigrond geschikt is voor stevige, soms verrassend complexe holen. Ook in tuinen, weiden en andere door mensen veranderde gebieden kan ze zich vestigen.

Een volwassen vrouwtje heeft een lichaamslengte van ongeveer 5–7 centimeter en kan met de poten circa 13–16 centimeter overspannen. Vrouwtjes kunnen 20 jaar of ouder worden; mannetjes blijven doorgaans kleiner en leven veel korter. Het is een stevig gebouwde grondbewoner en vooral een fascinerend observatiedier.

Mexicaanse roodrompvogelspin bij haar hol op een natuurlijke bosbodem
HERKOMSTMexico, Guatemala & Belize
SPANWIJDTECirca 13–16 cm
LEVENSVERWACHTING♀ 20+ · ♂ veel korter
LEEFWIJZEGrondbewonend & gravend

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

ACHT OGEN, TOCH BIJZIEND

Trillingen vertellen meer.

Een roodrompvogelspin heeft acht eenvoudige ogen, maar ziet vooral licht, donker en beweging dichtbij. Gevoelige haren op poten en lichaam lezen trillingen in bodem, lucht en web veel nauwkeuriger.
02

EEN ALARMSYSTEEM VAN ZIJDE

Geen vangweb nodig.

Ze jaagt vanaf de grond en uit haar hol, maar legt rond de ingang wel fijne draden. Een passerend insect laat die draden trillen en verraadt zo precies waar de maaltijd loopt.
03

RODE HAREN MET EEN FUNCTIE

Een wolkje dat gemeen jeukt.

Bij dreiging kan ze brandharen van het achterlijf schoppen. Die microscopische haren irriteren huid, ogen en luchtwegen; de kale plek die daarna zichtbaar blijft groeit bij een volgende vervelling weer dicht.
04

EEN NIEUWE POOT

Schade kan deels herstellen.

Raakt een jonge vogelspin een poot kwijt, dan kan tijdens volgende vervellingen een nieuwe ontstaan. Die begint kleiner en wordt met iedere vervelling beter van formaat.
05

POTEN OP BLOEDDRUK

Hydraulisch gestrekt.

Vogelspinnen hebben geen strekspieren in al hun pootgewrichten. Ze pompen lichaamsvloeistof in de poten om die te strekken; daarom krullen de poten van een gestorven spin naar binnen.
06

OP DE RUG IS NORMAAL

Een complete wissel van buitenkant.

Tijdens de vervelling ligt een vogelspin vaak op haar rug en schuift ze uit het oude pantser. Ook de bekdelen en het binnenste van bepaalde structuren krijgen een nieuwe bekleding.
07

EERST EEN SPERMAWEB

Palpen als overdrachtsgereedschap.

Een volwassen mannetje maakt eerst een klein web waarop hij sperma afgeeft. Daarna vult hij daarmee de uiteinden van zijn pedipalpen, die hij tijdens de paring gebruikt.
08

ZIJ LEEFT VEEL LANGER

Vrouwtjes gaan decennia mee.

Een vrouwtje kan ongeveer twintig jaar of langer leven. Mannetjes leven na hun laatste vervelling vaak nog slechts enkele maanden tot een paar jaar en trekken dan veel rond op zoek naar een vrouwtje.
09

EEN NIEUWE WETENSCHAPPELIJKE NAAM

Vroeger Brachypelma vagans.

Sinds een grote taxonomische herziening in 2020 heet de soort Tliltocatl vagans. In oudere boeken, overdrachtsverklaringen en CITES-informatie kom je de oude naam Brachypelma vagans nog vaak tegen.
CITESEU-BIJLAGE B

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Tliltocatl vagans

Deze soort staat op EU-Bijlage B. Er is voor overdracht binnen Nederland geen EU-certificaat nodig, maar je hoort wel een ingevulde overdrachtsverklaring als bewijs van legale herkomst te krijgen. Bewaar deze bij je CITES-administratie.

Let op: De soort stond vroeger bekend als Brachypelma vagans; ook onder die oude naam kunnen geldige documenten zijn opgesteld.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Veel bodem, weinig valhoogte.

Voor een volwassen roodrompvogelspin adviseren wij minimaal ongeveer 45 (L) × 30 (B) × 30 (H) centimeter. Een iets groter bodemoppervlak is prima, maar een hoog verblijf is juist gevaarlijk: het zware achterlijf kan bij een val openbarsten.

Houd vogelspinnen altijd afzonderlijk. Een groter terrarium maakt samenhouden niet veilig. Kies een goed sluitend verblijf met fijne dwarsventilatie; een vogelspin kan verrassend sterk duwen en door een kleine kabelopening ontsnappen.

De bodem

Bied 12–18 centimeter stevig aangedrukte, graafbare bodem van onbemeste aarde met kokosvezel en eventueel wat kleihoudende grond. Maak onder een gebogen stuk kurkschors alvast een begin van een hol. Vermijd los zand, meststoffen, ceder- of pijnboomproducten en scherpe stenen.

De inrichting

Een lage kurkschuilplaats, bladstrooisel, wat stevig mos en een klein stuk hout zijn genoeg. Houd zware decoratie van de graafbodem af of plaats die rechtstreeks stabiel op de vaste bodem, zodat niets kan instorten wanneer de spin eronder graaft.

Ventilatie & water

Bied altijd een brede, ondiepe en stevige waterbak zonder spons of gel. Ververs regelmatig en laat hem gerust iets overlopen om één hoek van de diepere bodem licht vochtig te houden. De bovenlaag blijft grotendeels droog; een permanent kletsnat terrarium bevordert schimmel, mijten en stress.

02

KLIMAAT, LICHT & VOCHT

Gewone kamertemperatuur werkt vaak uitstekend.

Roodrompvogelspinnen verdragen een vrij brede bandbreedte. Stabiliteit, ventilatie en toegang tot water zijn belangrijker dan het najagen van een exact hoog luchtvochtigheidsgetal.

OVERDAG22–26 °C
NACHT19–22 °C
BODEM BOVENLAAGGrotendeels droog
DIEPERE HOEKLicht vochtig
UV

Geen UVB nodig

Vogelspinnen hebben geen UVB-lamp nodig en fel licht kan ervoor zorgen dat ze zich voortdurend verstoppen. Normaal indirect kamerdaglicht is voldoende voor een duidelijk ritme.

Plaats het terrarium nooit in direct zonlicht: glas kan het kleine verblijf razendsnel gevaarlijk opwarmen.

°C

Verwarm liever de kamer

Is de kamer langdurig te koud, verwarm dan bij voorkeur de hele ruimte. Gebruik geen warmtesteen en plaats geen warmtemat onder het terrarium; een gravende spin zoekt juist beneden verkoeling en vocht.

Alleen wanneer kamerverwarming niet kan, kan een kleine bron tegen één zijwand buiten het verblijf op een thermostaat worden gebruikt, met een ruime onverwarmde zone.

Een rustig dagritme

Geef ongeveer 10–12 uur zacht daglicht en ’s nachts volledige duisternis. De soort is vooral in schemering en nacht actief; rood of blauw nachtlicht is niet nodig.

H₂O

Niet op een percentage jagen

Een hygrometer kan trends tonen, maar bodem en gedrag zeggen meer. Houd één diepere hoek licht vochtig, de rest grotendeels droog en zorg altijd voor water en dwarsventilatie.

Condens op alle ruiten, voortdurend nat substraat of een muffe geur betekent dat ventilatie en vochtbalans niet kloppen.

03

VOEDING

Een hinderlaag heeft geen volle voerbak nodig.

Roodrompvogelspinnen eten voornamelijk levende ongewervelden. Een volwassen spin hoeft niet vaak te eten en kan rond een vervelling wekenlang weigeren. Kijk naar de verhouding tussen achterlijf en kopborststuk: een enorm achterlijf is geen teken dat er nog meer voer bij moet.

DE BASIS

Gevarieerde insecten

  • Krekels, dubia’s en sprinkhanen uit veilige kweek
  • Af en toe meelworm, morioworm of soldatenvlieglarve
  • Prooi ongeveer passend bij het lichaamsformaat
  • Volwassen dier meestal één of twee prooien per 7–14 dagen
  • Jonge dieren kleiner en wat regelmatiger voeren
ZO VOER JE

Rust bij het hol

  • Plaats prooi met een lange voertang, niet met vingers
  • Laat de spin zelf vanuit haar schuilplaats reageren
  • Verwijder niet opgegeten prooi binnen circa 24 uur
  • Noteer voerweigering, vervellingen en groei
  • Bied altijd vers water, ook tijdens vasten
RONDOM DE VERVELLING

Geen prooidieren laten lopen

  • Stop met voeren bij donker worden, sloomheid of dichtspinnen
  • Een levende krekel kan een zachte spin ernstig verwonden
  • Wacht na een volwassen vervelling circa 7–10 dagen
  • Voer pas wanneer de nieuwe giftanden weer donker en hard zijn
  • Laat de oude huid liggen tot de spin er duidelijk klaar mee is

GEEN POEDERS NODIG

Voer de voerinsecten, niet de spin.

Calcium- en vitaminepoeders zijn voor een vogelspin niet nodig. Geef voerinsecten wel schoon water en volwaardig voer voordat ze worden aangeboden. Gebruik nooit buiten gevangen insecten: die kunnen bestrijdingsmiddelen, parasieten of scherpe verdedigingsmiddelen meebrengen.

Ze hoeft geen rondje door het terrarium te lopen om precies te weten wat er gebeurt.

Met haar poten op aarde en zijde voelt de roodrompvogelspin iedere kleine trilling rond de ingang van haar hol.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Kijken is veiliger dan vasthouden.

Niet hanteren

Een roodrompvogelspin is geen knuffeldier. Een val van geringe hoogte kan fataal zijn en brandharen kunnen huid, ogen en luchtwegen irriteren. Gebruik voor een verhuizing een doorzichtige vangbeker, lange zachte kwast en rustige, afgesloten werkruimte.

Brandharen

Wrijf niet over de huid wanneer haren jeuken. Spoel huid en kleding en raak je gezicht niet aan. Bij haren in het oog, benauwdheid of een sterke allergische reactie is medische hulp nodig; vertel erbij dat het om brandharen van een vogelspin gaat.

Een beet

Het gif van deze soort geldt voor gezonde volwassenen meestal niet als medisch ernstig, maar een beet is pijnlijk en de grote kaken kunnen een wond veroorzaken. Was de plek, houd klachten in de gaten en zoek medische hulp bij hevige pijn, zwelling, benauwdheid of een beet bij een kwetsbaar persoon.

Vervellen

Op de rug liggen is tijdens een vervelling normaal. Raak de spin niet aan, verhoog niet plotseling de temperatuur en trek nooit aan vastzittende huid. Een mislukte vervelling, lekkend lichaamsvocht of een poot die blijft vastzitten vraagt advies van een dierenarts met ervaring in ongewervelden.

Alarmtekens

Sterk naar binnen gekrulde poten, een ingevallen achterlijf, lekkend vocht, witte aangroei rond mond of poten, aanhoudend ongecoördineerd bewegen, opvallende mijtenmassa’s of een wond aan het achterlijf zijn redenen om snel deskundige hulp te zoeken.

Hygiëne & quarantaine

Houd nieuwe spinnen altijd apart en gebruik eigen pincet, waterbak en vangbeker. Verwijder prooiresten en schimmel plaatselijk, maar vervang niet onnodig de hele bodem: het hol en web zijn een belangrijk deel van haar veilige omgeving.

VOORDAT DE ROODROMPVOGELSPIN KOMT

De boodschappenlijst.

Richt het verblijf vooraf in en controleer enkele dagen of temperatuur, ventilatie en vochtbalans stabiel blijven.

  • Laag, goed sluitend terrarium van minimaal circa 45 × 30 × 30 cm
  • 12–18 cm stevige onbemeste aarde-kokosmix
  • Lage kurkschuilplaats met voorgevormde holingang
  • Bladstrooisel en lichte, veilige decoratie
  • Brede ondiepe waterbak zonder spons of gel
  • Digitale thermometer met sonde
  • Lange voertang en zachte penseelkwast
  • Doorzichtige vangbeker met goed passend deksel
  • Gevarieerde voerinsecten uit veilige kweek
  • Poedervrije handschoenen voor schoonmaak indien gewenst
  • Aparte materialen voor quarantaine
  • Overdrachtsverklaring en overzichtelijke CITES-administratie
BOB

ONZE DIERENARTS VOOR BIJZONDERE DIEREN

Dierenarts BOB in Baarn.

Niet iedere dierenarts behandelt vogelspinnen. Bel daarom altijd vooraf en beschrijf het probleem voordat je de spin vervoert. Wij gaan met onze bijzondere dieren naar Dierenarts BOB in Baarn.

BRONNEN

World Spider Catalog – Tliltocatl vagans ↗Mendoza & Francke – taxonomische herziening ↗Journal of Natural History – bodem en holstructuur ↗Journal of Natural History – ecologie in veranderd landschap ↗In Practice – diergeneeskunde bij vogelspinnen ↗RVO – CITES-soort of niet ↗
← Terug naar alle dieren