Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · ZUIDOOST-AZIË

De tijgerpython

Python bivittatus

Een van de grootste slangen ter wereld: indrukwekkend sterk, uitstekend aangepast aan water en uitsluitend passend bij zeer ervaren houders.

Leefgebied van de tijgerpython

EVEN VOORSTELLEN

De vriendelijke reus.
Onder de slangen.

De donkere tijgerpython leeft van het noordoosten van India via Myanmar en Thailand tot delen van Zuid-China en Indonesië. Hij gebruikt regenwoud, grasland, moeras, rivieroevers en rotsige uitlopers en wordt bijna altijd in de buurt van water gevonden. Jonge dieren klimmen veel; grote volwassenen brengen meer tijd op de bodem en in het water door.

Volwassen tijgerpythons zijn vaak ongeveer 3–5 meter lang. Mannetjes blijven gemiddeld kleiner en slanker, terwijl grote vrouwtjes vele tientallen kilo’s kunnen wegen. Met goede verzorging worden ze doorgaans 20–25 jaar. Een klein jong verandert dus snel in een slang waarvoor een kamerbreed verblijf, zware techniek en jarenlange ervaring nodig zijn.

Tijgerpython van Dragon Dronten tussen natuurlijk bladstrooisel
HERKOMSTZuid- & Zuidoost-Azië
LENGTEVaak 3–5 meter
LEVENSVERWACHTINGMeestal 20–25 jaar
LEEFWIJZESolitair, sterk & watergericht

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

WARMTEZICHT

De lippen voelen een muis in het donker.

In de schubben langs de lippen zitten warmtegevoelige putjes. Daarmee merkt een tijgerpython heel kleine temperatuurverschillen op en kan hij de vorm en positie van een warmbloedige prooi zelfs in het donker bepalen.
02

KRACHTIGE ZWEMMER

Water is geen hindernis.

Tijgerpythons leven vaak bij rivieren, moerassen en andere permanente waterbronnen. Ze zwemmen uitstekend en bewegen zich met krachtige golven door het water; een passend bassin wordt daarom echt gebruikt.
03

LEVEND BROEDAPPARAAT

Moeder warmt haar eieren op met spiertrillingen.

Een vrouwtje rolt zich om haar legsel en laat haar spieren herhaaldelijk samentrekken. Met deze rillingsthermogenese kan ze de temperatuur tussen haar windingen meerdere graden boven de omgeving houden.
04

RESTJES ACHTERPOTEN

Naast de cloaca zitten nog twee sporen.

De kleine klauwachtige sporen naast de cloaca zijn overblijfselen van de achterpoten van verre voorouders. Vooral mannetjes gebruiken ze tijdens de balts om over het lichaam van het vrouwtje te krabben.
05

DE KAAK SCHIET NIET UIT DE KOM

Flexibele verbindingen maken de bek groot.

Een tijgerpython slikt een prooi niet door zijn kaak los te maken. De linker- en rechterkaakhelft zijn met rekbaar weefsel verbonden en bewegen afwisselend naar voren, terwijl de huid en banden ver kunnen uitrekken.
06

TANDEN ALS WEERHAKEN

Geen giftanden, wel een bek vol grip.

De vele smalle tanden staan naar achteren gericht. Zodra de slang beet heeft, maken die hoek en de afzonderlijk bewegende kaakhelften het voor de prooi moeilijk om nog uit de bek te glijden.
07

KLEINER KLIMT HOGER

Jonge tijgerpythons zijn echte boomklimmers.

Jonge dieren zijn relatief licht en worden regelmatig hoog in bomen gevonden. Naarmate het lichaam langer en zwaarder wordt, verschuift de activiteit meer naar de bodem en het water, al blijven stevige lage klimroutes interessant.
08

EEN EITAND VOOR ÉÉN DAG

Een jong snijdt zelf de uitgang open.

Vlak voor het uitkomen heeft een jonge python een tijdelijke eitand op de snuit. Daarmee maakt hij een snee in de leerachtige schaal. Kort na het uitkomen verdwijnt dit minuscule hulpmiddel weer.
09

PATRONEN ALS CAMOUFLAGE

De vlekken breken het enorme lichaam op.

De donkerbruine zadelvlekken met lichte randen laten de lichaamsvorm verdwijnen tussen blad, schaduw en oevervegetatie. Zelfs een meterslange python kan daardoor verrassend moeilijk te zien zijn.
10

VROUWTJES WORDEN GROTER

Het verschil kan tientallen kilo’s worden.

Bij tijgerpythons zijn vrouwtjes gemiddeld langer en vooral veel zwaarder dan mannetjes. Dat heet seksueel dimorfisme en hangt onder meer samen met de energie en ruimte die een groot legsel vraagt.
11

VAN AZIË NAAR FLORIDA

Een huisdier werd een invasieve toppredator.

Ontsnapte en uitgezette tijgerpythons vestigden zich in Zuid-Florida. Daar eten ze allerlei vogels, reptielen en zoogdieren en zijn ze zo goed gecamoufleerd dat zelfs onderzoekers ze moeilijk terugvinden.
CITESEU-BIJLAGE B

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Python bivittatus

Deze soort staat op EU-Bijlage B. Er is voor overdracht binnen Nederland geen EU-certificaat nodig, maar je hoort wel een ingevulde overdrachtsverklaring als bewijs van legale herkomst te krijgen. Bewaar deze bij je CITES-administratie.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗
01

HUISVESTING

Een terrarium wordt een slangenkamer.

Een tijgerpython moet zich volledig kunnen uitstrekken en zonder obstakels kunnen draaien. Voor een dier van ongeveer vier meter kom je daarom al snel uit op een zeer stevig verblijf van rond 300 (L) × 200 (B) × 150 (H) cm of groter, waarbij een vrije looproute of diagonaal van minstens de lichaamslengte beschikbaar blijft. Pas het verblijf altijd aan het werkelijke dier aan: een grote vrouw kan duidelijk meer ruimte nodig hebben.

Houd tijgerpythons afzonderlijk. Gebruik zware deuren, degelijke sloten, afgesloten doorvoeren en inrichting die niet kan verschuiven. Een afzonderlijk afsluitbaar rustgedeelte of een aangeleerde target- en shiftroutine maakt schoonmaken en onderhoud veiliger, maar vervangt nooit aandacht voor lichaamstaal en een vooraf bedacht werkplan.

Grote beschutte rustplaatsen

Bied een nauw passende schuilplaats in de warme én koele zone. Kurkwanden, stevige kunstbeplanting en zichtschotten maken een groot verblijf beschut. Een python hoeft niet voortdurend open en bloot te liggen om goed te kunnen worden gecontroleerd.

Bodem & zwaar klimwerk

Gebruik een dikke, stofarme laag aarde-kokos-leemmix, humus of ander vochtregulerend materiaal met bladstrooisel. Houd de bovenzijde grotendeels droog. Brede lage stammen, richels en plateaus worden gebruikt, maar moeten rechtstreeks aan de constructie zijn verankerd en ruim meer dan het lichaamsgewicht dragen.

Een echt waterbassin

Geef een stabiel, gemakkelijk leeg te maken bassin waarin de slang volledig kan liggen en veilig kan keren. Ververs vervuild water direct. Zorg voor een flauwe, stroef afgewerkte in- en uitstap; een zware python moet zonder gladde rand of steile trede uit het water kunnen komen.

02

LICHT, UVB & WARMTE

Verwarm een lichaam, geen klein stipje.

Bundel daglicht, lage UVB en dagwarmte aan één kant en laat de andere zijde koeler en donkerder. Bij zo’n groot dier moet de warme zone breed genoeg zijn om een flink deel van het lichaam tegelijk op te warmen. Iedere bron is afgeschermd en thermostatisch geregeld.

WARME ZONE28–31 °C
WARM OPPERVLAK32–34 °C
KOELE ZONE24–27 °C
NACHT23–25 °C
UV

Lage UVB, brede schaduw

Een lineaire T5-buis met reflector kan lage, bruikbare UVB bieden. Denk afhankelijk van afstand en gaas aan een Arcadia ProT5 Forest 6% of een vergelijkbare buis. Richt op ongeveer UVI 1–2 op rughoogte in een deel van de warme zone en UVI 0 in schuilplaatsen.

Meet met een Solarmeter 6.5. Bij een albino of ander lichtgevoelig dier wordt de dosis lager gehouden en zijn extra diepe schaduw en gedempt zichtbaar licht belangrijk.

°C

Brede warmte van boven

Gebruik meerdere witte halogeen-floods of grote stralingspanelen zodat geen brandpunt ontstaat. Regel iedere zone met een passende thermostaat en bescherm armaturen met zware korven. Onbeschermde lampen en warmtestenen veroorzaken ernstige brandwonden.

Is ’s nachts warmte nodig, kies dan een afgeschermde lichtloze bron. Rode, blauwe of paarse nachtlampen verstoren de donkere rustperiode.

Een vast dag-nachtritme

Laat zichtbaar daglicht en UVB ongeveer 11–12 uur branden. Een neutraalwitte led-balk maakt ook een kamerbreed verblijf helder genoeg om activiteit, huid en vervelling goed te observeren. ’s Nachts blijft het volledig donker.

Meet van bodem tot plateau

Een groot verblijf kan op verschillende hoogtes totaal andere waarden hebben. Meet warme en koele lucht met vaste sondes en controleer bodem, takken en plateaus met een infraroodthermometer. De slang kiest alleen goed wanneer de zones werkelijk bestaan.

03

VOEDING

Groot dier, rustig voerschema.

Voer volledig ontdooide, opgewarmde complete prooidieren van betrouwbare herkomst. Afhankelijk van formaat kunnen dat ratten, konijnen of passend gevogelte zijn. Een complete prooi levert bot, organen en spierweefsel in verhouding; extra calcium of vitamines zijn bij een gezond menu niet nodig.

JONGE DIEREN

Groei zonder haast

  • Een passende prooi ongeveer iedere 7–10 dagen
  • Geen extreem dikke voedselbult nastreven
  • Weeg maandelijks en noteer maaltijden en vervellingen
  • Verleng het interval naarmate de snelle groei afneemt
VOLWASSEN DIEREN

Conditie bepaalt het ritme

  • Vaak één passende prooi iedere 3–6 weken
  • Liever een matige prooi dan zelden een reusachtige maaltijd
  • De ruglijn blijft zichtbaar en de flanken hangen niet in vetrollen
  • Pas formaat en interval aan op gewicht, activiteit en seizoen
VEILIG VOEREN

Voorspelbaar en op afstand

  • Ontdooi in de koelkast en warm daarna in een gesloten zak in warm water op
  • Gebruik een lange voertang en voer geen levende gewervelde prooi
  • Voer in het eigen verblijf en houd andere mensen en dieren uit de ruimte
  • Laat de python na een maaltijd minstens 72 uur volledig met rust

SNEL GROOT IS NIET GEZOND GROOT

Tijgerpythons worden gemakkelijk te zwaar.

Een python die ieder bewegend voorwerp als voer benadert, heeft niet automatisch meer eten nodig. Overvoeren versnelt de groei, belast het lichaam en maakt veilige verzorging moeilijker. Gebruik gewicht, foto’s van bovenaf, spierdefinitie en advies van een reptielenarts om het schema bij te sturen.

Een rustige slang blijft een krachtige slang.

Voorspelbare signalen, goede training en respect voor zijn formaat maken dagelijkse verzorging beheersbaar.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Ken het dier vóór je de deur opent.

Hanteren met een plan

Laat een nieuw dier eerst wennen en betrouwbaar eten. Gebruik een vast ‘geen voer’-signaal met een haak, benader van opzij en ondersteun het lichaam breed. Een volwassen tijgerpython wordt niet alleen gehanteerd of verplaatst: spreek vooraf af wie welk lichaamsdeel ondersteunt en hoe de slang veilig terug kan. Hang een grote python nooit om de nek.

Vervelling als klimaatmeter

Een gezonde vervelling komt doorgaans in één geheel los, inclusief oogkapjes en staartpunt. Controleer de oude huid. Achtergebleven vel vraagt eerst om controle van vocht, temperatuur en hydratatie; trek nooit aan vastzittende oogkapjes.

Wanneer direct bellen?

Openbekademhaling, piepen, slijm of bellen, lang met geheven kop ademen, kaasachtige aanslag in de bek, brandwonden, zwelling, herhaald braken, neurologische bewegingen, plotselinge zwakte of duidelijk gewichtsverlies vragen snel onderzoek.

Quarantaine & IBD

Houd een nieuwe slang minimaal 90 dagen in een aparte ruimte met eigen materiaal en laat ontlasting onderzoeken. Pythons kunnen drager zijn van ernstige virusziekten zoals IBD. Sterrenkijken, ongecontroleerd omrollen en evenwichtsverlies zijn alarmsignalen; voorkom mijten en deel geen tangen of bakken.

HYGIËNE BIJ EEN GROOT WATERBASSIN

Schoon water voorkomt meer dan geur.

Een tijgerpython produceert grote hoeveelheden ontlasting en kan het bassin daarbij vervuilen. Verwijder ontlasting direct, ververs het water volledig en reinig oppervlakken met een reptielveilig middel. Was daarna handen en onderarmen met water en zeep; reptielen kunnen Salmonella dragen zonder zelf ziek te lijken.

VOORDAT DE TIJGERPYTHON KOMT

De boodschappenlijst.

Laat het complete verblijf minstens een week proefdraaien. Test temperatuur, luchtvochtigheid, UVI, sloten, waterafvoer en de volledige routine waarmee je het dier veilig verplaatst vóór de python arriveert.

  • Kamerbreed verblijf passend bij de uiteindelijke lichaamslengte
  • Zware deuren, sloten en volledig afgesloten kabeldoorvoeren
  • Warme en koele nauw passende schuilplaats
  • Eventueel een afsluitbaar rustgedeelte voor veilig onderhoud
  • Diepe, stofarme vochtregulerende bodem
  • Zwaar verankerde stammen, plateaus en zichtschotten
  • Groot leegbaar waterbassin met veilige in- en uitstap
  • Meerdere brede warmtebronnen op thermostaten
  • Afgeschermde lichtloze nachtwarmte indien nodig
  • Lineaire lage T5-UVB en neutraalwit daglicht
  • Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
  • Digitale thermometers en hygrometer met vaste sondes
  • Lange voertang en passende diepvriesprooidieren
  • Grote digitale weegschaal en gewichtslogboek
  • Slangenhaak, target en stevige afsluitbare transportkist
  • Een ervaren tweede verzorger die bij verplaatsen beschikbaar is
BOB

ONZE REPTIELENARTS

Dierenarts BOB in Baarn.

Wij gaan met onze reptielen naar Dierenarts BOB in Baarn. Laat een nieuwe tijgerpython tijdig controleren, neem bij afwijkende ontlasting een vers monster mee en wacht bij ademhalings- of neurologische klachten niet af.

Nieuw Baarnstraat 97 · 3743 BP Baarn035 – 542 93 12Bekijk reptielenzorg bij BOB ↗

BRONNEN

LICG – Tijgerpython ↗Smithsonian – Burmese python ↗National Park Service – leefwijze & voortplanting ↗Florida Museum – zwemmen & klimmen ↗Warwick e.a. – volledig uitstrekken ↗Baines e.a. – UV-Tool ↗
← Terug naar alle dieren