Dragon Dronten
← Alle dieren

CARESHEET · INDONESIË & NIEUW-GUINEA

De Indonesischeblauwtongskink

Tiliqua gigas

Een tropische bosbodembewoner met een zwaar lichaam, verrassend fijne neus en een blauwe tong die iedere waarschuwing meteen duidelijk maakt.

Tropische bosbodem in Nieuw-Guinea · gegenereerd leefgebiedbeeld

EVEN VOORSTELLEN

Korte poten,
een tong die alles zegt.

De Indonesische blauwtongskink leeft op Nieuw-Guinea en verschillende omliggende Indonesische eilanden. Onder de naam Tiliqua gigas vallen meerdere ondersoorten en eilandvormen. Ze bewonen vochtige laaglandbossen, bosranden, savanneachtige gebieden en plantages, meestal dicht bij de bodem en veel beschutting.

Afhankelijk van ondersoort en herkomst worden volwassen dieren vaak ongeveer 45–65 centimeter lang; Merauke-dieren kunnen langer worden. Ze zijn slanker en langstaartiger dan veel Australische blauwtongen. Met goede verzorging kunnen ze 15–20 jaar of ouder worden.

Indonesische blauwtongskink op een vochtige tropische bosbodem met de blauwe tong zichtbaar
HERKOMSTIndonesië & Nieuw-Guinea
LENGTEMeestal ± 45–65 cm
LEVENSVERWACHTING15–20+ jaar
LEEFWIJZEDagactief & solitair

WIST JE DAT?

Kleine draak,
grote verhalen.

01

EEN BLAUWE WAARSCHUWINGSVLAG

Die tong is vooral theater.

Bij schrik opent de skink zijn bek, blaast hij zijn lichaam op en steekt hij zijn felblauwe tong uit. Het sterke kleurcontrast kan een aanvaller een kostbare seconde laten twijfelen.
02

RUIKEN MET DE TONG

Geur wordt naar binnen gebracht.

Met de tong verzamelt hij geurdeeltjes uit lucht en van de bodem. Die worden langs het orgaan van Jacobson in het gehemelte gebracht, waarmee hij voedsel, soortgenoten en nieuwe plekken onderzoekt.
03

OREN ZONDER OORSCHELP

De opening zit gewoon zichtbaar.

Achter ieder oog zit een ronde ooropening. Een uitwendige oorschelp ontbreekt, maar de skink kan wel degelijk horen en reageert daarnaast sterk op trillingen via de grond.
04

GEEN NEST VOL EIEREN

De jongen worden levend geboren.

Tiliqua gigas is levendbarend. De jongen ontwikkelen zich in het lichaam van het vrouwtje en komen volledig gevormd ter wereld, waarna ze vrijwel direct zelfstandig zijn.
05

GLAD ALS EEN SKINK

Schubben als dakpannen.

De gladde, overlappende schubben verminderen weerstand wanneer het dier door bladstrooisel, wortels en lage begroeiing schuift. De korte poten passen bij die lage, langgerekte bouw.
06

NIET ELKE INDONESIËR LIJKT GELIJK

Eilanden maken verschil.

Binnen Tiliqua gigas bestaan meerdere ondersoorten en veel eilandvormen. Halmahera-, Kei- en Merauke-dieren verschillen onder meer in bandering, kleur, staartlengte en de luchtvochtigheid van hun leefgebied.
07

EEN KRAKER VAN SLAKKEN

Brede kaken, stompe tanden.

De stevige kop en kaken helpen bij het verwerken van slakken en andere harde ongewervelden. De tanden zijn niet gemaakt om te scheuren zoals die van een roofdier, maar kunnen voedsel krachtig vasthouden en pletten.
08

KORTE POTEN, SNELLE START

Vergis je niet in dat wandeltempo.

Meestal beweegt een blauwtong rustig en doelgericht. Bij schrik kan het brede lichaam plots verrassend snel wegschieten, vooral wanneer er een veilige schuilplaats dichtbij is.
09

EEN LANGE VERANTWOORDELIJKHEID

Tientallen jaren samen.

Met goede verzorging kan een Indonesische blauwtongskink ongeveer vijftien tot twintig jaar of ouder worden. De aankoop is dus geen korte reptielenfase, maar een langdurige verantwoordelijkheid.
CITESGEEN BIJLAGE

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT

Tiliqua gigas

Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.

Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗

ONDERSOORTEN & LOKALITEITEN

De juiste luchtvochtigheid.

De aanbevolen temperaturen zijn voor deze Indonesische vormen vrijwel gelijk. Het belangrijkste verschil zit in de relatieve luchtvochtigheid. Meet die met een digitale hygrometer laag aan de koele kant en bied daarnaast altijd een vochtige schuilplek.

T. g. gigas

Klassiek Indonesisch

60–80% RLV
T. g. gigas · lokaliteit

Halmahera

70–80% RLVRicht vooral op de vochtige bovenzijde van het bereik.
T. g. gigas · lokaliteit

Sorong

60–80% RLV
T. g. evanescens

Merauke

60–80% RLV
T. g. keyensis

Kei-eilanden

60–80% RLV
Tiliqua sp. · status onzeker

Irian Jaya

60–80% RLV

Geen constante sauna: de luchtvochtigheid mag door de dag schommelen. Houd de diepere bodem licht vochtig, laat oppervlakken plaatselijk opdrogen en zorg steeds voor goede ventilatie.

01

HUISVESTING

Een brede, levende bosbodem.

Voor één volwassen dier adviseren wij minimaal ongeveer 150 (L) × 60 (B) × 60 (H) centimeter; een lang Merauke-dier verdient liever 180 centimeter lengte. Het dier moet volledig kunnen strekken, keren, graven en tussen warme, koele, droge en vochtige plekken kiezen.

Houd blauwtongskinken bij voorkeur afzonderlijk. Ze zoeken in de natuur geen gezellig groepsleven en kunnen elkaar bij voer, warmte of paring ernstig bijten. Een groot verblijf maakt samenhouden niet automatisch veilig.

De bodem

Bied minimaal 15–25 centimeter vochtvasthoudende, graafbare bodem van onbemeste aarde, kokosvezel, bladcompost en bladstrooisel. De diepere laag blijft licht vochtig; de bovenlaag mag plaatselijk opdrogen. Vermijd stoffige snippers, calciumzand, meststoffen en geurige houtsoorten.

De inrichting

Geef meerdere ruime schuilplaatsen, lage kurktunnels, wortels, stevige lage stammen en veel bladstrooisel. Alles moet breed en stabiel zijn: een volwassen blauwtong is sterk en duwt lichte decoratie zonder moeite aan de kant.

Water & ventilatie

Bied permanent een zware, ondiepe waterbak waarin het dier desgewenst kan weken. Ververs dagelijks. Combineer vocht met ruime dwarsventilatie; een warme, natte bak zonder frisse lucht is geen regenwoud maar een voedingsbodem voor huid- en luchtwegproblemen.

02

LICHT, UVB & WARMTE

Een warme open plek tussen het groen.

Deze dagactieve skink heeft een brede zonplek nodig waar de hele romp opwarmt, met daarbuiten koelere beschutte zones. De temperatuurgradiënt hieronder is geschikt voor alle Indonesische vormen op deze pagina; de RLV verschilt licht per vorm.

ZONPLEK · OPPERVLAK35–40 °C
WARME ZONE · LUCHT27–30 °C
KOELE ZONE23–26 °C
NACHT20–24 °C
UV

Een brede UVB-zone

Gebruik een lineaire T5 HO-buis met reflector over ongeveer de helft van het verblijf. Richt bij de zonplek op grofweg UVI 2–3 op rughoogte, met schaduw waar de UVI naar nul daalt. Meet met een Solarmeter 6.5; percentage, gaas en afstand bepalen samen de werkelijke dosis.

°C

Warm de hele romp op

Gebruik één brede halogeen-flood of bij een groot dier twee lagere floods naast elkaar, veilig afgeschermd en geregeld met een dimmende thermostaat. Meet het oppervlak met een infraroodthermometer en de lucht met digitale sondes.

Helder daglicht

Een heldere 6500K-ledbalk ondersteunt activiteit, beplanting en een duidelijk dag-nachtritme van ongeveer 11–13 uur. Led vervangt UVB of zonnewarmte niet.

H₂O

Vocht met frisse lucht

Gebruik de RLV-tabjes hierboven als uitgangspunt. Laat de waarde door de dag wisselen en bied altijd vochtige schuilgrond én drogere oppervlakken.

Meet op verschillende plekken. Problemen met tenen en vervelling betekenen niet automatisch dat de hele bak natter moet; controleer ook bodemvocht, ventilatie en temperatuur.

03

VOEDING

Groen, slakken en slimme variatie.

Indonesische blauwtongskinken zijn opportunistische omnivoren. Volwassen dieren krijgen een hoofdzakelijk plantaardige basis met gevarieerde dierlijke eiwitbronnen; jonge dieren hebben tijdens de groei relatief meer dierlijk voer nodig. Voer volwassen dieren meestal twee tot drie afgemeten maaltijden per week en bewaak gewicht en lichaamsvorm.

PLANTAARDIGE BASIS

Blad & groente

  • Andijvie, witlof en paardenbloemblad
  • Paksoi, rucola en weegbree als variatie
  • Pompoen, courgette, sperzieboon en wortel
  • Veilige onbespoten kruiden en bloemen
  • Fruit hooguit een klein deel van het menu
DIERLIJKE VARIATIE

Heel en herkenbaar

  • Veilig gekweekte slakken, liefst met huisje
  • Dubia’s, sprinkhanen en goed gevoerde krekels
  • Regenwormen uit betrouwbare kweek
  • Een kleine portie compleet KVV voor honden, zonder kruiden, ui of knoflook
  • Af en toe gekookt ei als variatie
  • Geen buiten gevangen slakken of insecten
LIEVER NIET

Voorkom een dik worstje

  • Geen avocado, ui, prei of rabarber
  • Geen gekruid, zout of bewerkt menseneten
  • Weinig zoet fruit en geen dagelijkse banaan
  • Vette larven alleen als traktatie
  • Geen grote hoeveelheden spiervlees zonder bot of organen

CALCIUM & VARIATIE

Niet iedere hap hoeft wit te zijn.

Bepoeder insecten en zelf samengestelde maaltijden dun met calcium zonder D3 wanneer de UVB aantoonbaar goed is. Gebruik een compleet reptielenmultivitamine volgens het etiket en stem frequentie af op leeftijd en menu. Hele slakken en gevarieerde ingrediënten leveren meer dan steeds dezelfde zachte eiwitbron.

De tong is fel. Het plan erachter is eenvoudig.

Even groot lijken, blauw laten zien en hopen dat het gevaar besluit ergens anders te gaan eten.

04

GEDRAG & GEZONDHEID

Vertrouwen groeit op vier korte poten.

Rustig wennen

Laat een nieuw dier eerst wekenlang eten, graven en schuilen zonder onnodig hanteren. Werk laag bij de grond, nader van opzij en ondersteun het hele lichaam. Sissen, plat worden en de tong tonen betekenen dat je te snel gaat.

Herkomst & quarantaine

Veel Indonesische blauwtongen in de handel zijn geïmporteerd of hebben een onduidelijke voorgeschiedenis. Houd een nieuw dier minstens 90 dagen apart, laat ontlasting meermaals op parasieten onderzoeken en deel geen gereedschap met andere reptielen.

Vervelling

De huid laat meestal in losse stukken los. Achterblijvende huid rond tenen en staartpunt vraagt controle van vochtige schuilgrond, hydratatie en inrichting. Trek nooit droog aan vastzittende huid.

Bek & ademhaling

Slijm, belletjes, openbekademhaling buiten het zonnen, klikgeluiden, verkleurd tandvlees of een gezwollen kaak vragen snel een reptielkundige dierenarts. Controleer eerst ook temperatuur en ventilatie.

Gewicht & nagels

Weeg maandelijks. Een steeds ronder lichaam, dikke staartbasis en moeilijk lopen wijzen vaak op overvoeding. Veel graafbare bodem, stevige looproutes en natuurlijke slijtage helpen de nagels; knip nooit zonder te weten waar het bloedvat loopt.

Hygiëne

Verwijder ontlasting en oud voer direct, ververs water dagelijks en was handen na ieder contact. Maak bakken niet in de keuken schoon. Jaarlijkse ontlastingscontrole blijft verstandig, ook wanneer het dier gezond lijkt.

VOORDAT DE BLAUWTONGSKINK KOMT

De boodschappenlijst.

Vraag eerst naar ondersoort, lokaliteit en herkomst. Richt daarna het volledige verblijf in en meet het minstens een week voordat het dier verhuist.

  • Terrarium van minimaal circa 150 × 60 × 60 cm, groter voor lange vormen
  • 15–25 cm vochtvasthoudende, graafbare bodem
  • Meerdere ruime schuilplaatsen en veel bladstrooisel
  • Stabiele lage wortels, kurk en looproutes
  • Brede halogeen-zonplek op dimmende thermostaat
  • Lineaire T5 HO-UVB met reflector
  • Heldere 6500K-daglichtbalk
  • Solarmeter 6.5 en infraroodthermometer
  • Digitale thermometers en hygrometers met sondes
  • Zware, ondiepe waterbak
  • Gevarieerd bladgroen, groenten, kweekinsecten en slakken
  • Calcium en compleet reptielenmultivitamine
  • Quarantainebak en eigen schoonmaakmateriaal
  • Aankoop- of overdrachtsbewijs met exacte soort en herkomst
BOB

ONZE DIERENARTS VOOR BIJZONDERE DIEREN

Dierenarts BOB in Baarn.

Laat bij een nieuw of geïmporteerd dier vroeg ontlasting onderzoeken. Voor reptielenzorg gaan wij naar Dierenarts BOB in Baarn.

Nieuw Baarnstraat 97 · 3743 BP Baarn035 – 542 93 12Bekijk reptielenzorg bij BOB ↗

BRONNEN

The Reptile Database – Tiliqua gigas ↗Lisbon Zoo – biologie en leefwijze ↗RVO – CITES-soort of niet ↗Dierenarts BOB – reptielenzorg ↗
← Terug naar alle dieren