EVEN VOORSTELLEN
Een glijdende reus
die vooral ’s nachts tot leven komt.
De Afrikaanse reuzenslak leeft oorspronkelijk in tropisch Oost-Afrika. Lissachatina fulica is door mensen naar veel andere warme gebieden verspreid en voelt zich thuis in vochtige bosranden, tuinen, plantages en cultuurlandschap. Overdag schuilt hij voor zon en uitdroging; na de schemering en na regen gaat hij op zoek naar voedsel.
De schelp wordt meestal ongeveer 7–12 centimeter lang, maar uitzonderlijke dieren kunnen veel groter worden. Van kop tot staart kan een volledig uitgestrekte slak richting 20–30 centimeter gaan. Gemiddeld worden agaatslakken ongeveer 3–7 jaar oud en sommige dieren halen ongeveer tien jaar.

PAPIEREN BIJ OVERDRACHT
Lissachatina fulica
Deze soort staat niet op de CITES- of EU-bijlagen. Bij een normale overdracht binnen Nederland is daarom geen CITES-document of EU-certificaat nodig. Een aankoopbewijs met de soortnaam en gegevens van beide partijen blijft wel verstandig.
Controleer de actuele CITES-status bij RVO ↗HUISVESTING
Vochtige aarde, frisse lucht en geen harde val.
Voor twee tot vier volwassen Lissachatina fulica is ongeveer 60 (L) × 30 (B) × 30 (H) centimeter een bruikbare ondergrens. Groter is welkom, vooral bij grote dieren. Het deksel sluit absoluut ontsnappingsvrij maar heeft veel fijne ventilatie; een slak kan verrassend sterk duwen en door een klein kiertje verdwijnen.
Controleer de bodem minstens wekelijks op eieren. Laat dieren, eieren, gebruikte aarde en planten nooit buiten terechtkomen. Deze soort plant zich snel voort en kan in warme gebieden grote ecologische en landbouwschade veroorzaken.
De bodem
Bied minimaal 10–15 centimeter losse, vochtvasthoudende en niet-zure graafgrond, bijvoorbeeld onbemeste aarde met kokosvezel en veel bladstrooisel. De bodem voelt vochtig maar geeft geen water af wanneer je erin knijpt. Vermijd bemeste potgrond, scherp grind, zand, dennen- of cederproducten en permanent natte modder.
Schuilen & klimmen
Gebruik brede stukken kurkschors, bladstrooisel, zacht lichtgewicht hout en kunststof bloempotjes die op hun kant of ondersteboven liggen. Maak openingen ruim en volledig glad. Levende planten zijn niet nodig en zullen meestal worden aangevreten of uitgegraven. Houd alle inrichting laag en stabiel.
Water
Bied een zeer ondiepe, zware kunststof schaal met vers water waarin de slak niet kan verdrinken. Ververs dagelijks en direct wanneer er aarde of ontlasting in ligt. Besproei met lauw, veilig water; een vochtige bodem is belangrijker dan alles kletsnat maken.
Een kleine opruimploeg
Springstaartjes en kleine, vochtminnende pissebedden, zoals tropische witte pissebedden, kunnen samen met de slakken leven en helpen bij schimmel en kleine voerresten. Blijf zelf ontlasting en oud voer verwijderen en controleer of de populatie niet uit de hand loopt.
KLIMAAT, LICHT & VOCHT
Tropisch vochtig zonder broeikaslucht.
Deze slak verdraagt geen direct zonlicht en droogt snel uit, maar ook een drijfnatte, slecht geventileerde bak geeft problemen. Meet temperatuur en luchtvochtigheid op slakkenhoogte en stuur vooral op een stabiele vochtige bodem met frisse lucht.
Geen speciale UVB nodig
UVB-verlichting is voor deze nachtactieve slak niet noodzakelijk. Normaal diffuus daglicht of een zachte ledlamp voor planten is voldoende voor een duidelijk dag-nachtritme.
Plaats het verblijf nooit in direct zonlicht: glas en kunststof kunnen binnen korte tijd gevaarlijk heet worden.
Warmte van de zijkant
Is de kamer te koel, gebruik dan een warmtemat tegen een deel van de zij- of achterwand, buiten het verblijf en altijd op thermostaat. Verwarm nooit de hele bodem; ingraven moet juist toegang geven tot koelere, vochtige grond.
Ruimte voor de nacht
Laat verlichting iedere avond echt uitgaan. Fel kunstlicht in de avond verstoort de actieve periode waarin de slak eet, verkent en contact zoekt met soortgenoten.
Vocht én ventilatie
Sproei wanneer de bodem en wanden beginnen op te drogen en controleer met een digitale hygrometer. Condens alleen zegt weinig: frisse lucht, een vochtige onderlaag en een niet-zompig oppervlak horen samen.
VOEDING
Veel planten, veel afwisseling en altijd sepia.
Lissachatina fulica eet vooral plantenmateriaal en is bepaald geen kieskeurige specialist. Juist daarom is variatie belangrijk: niet iedere dag komkommer of sla, maar een breed menu van blad, stevige groente, kruiden, paddenstoel en een bescheiden hoeveelheid fruit. Verwijder bederfelijk voer uiterlijk de volgende ochtend.
Blad & groente
- Andijvie, witlof, boerenkool en paksoi
- Courgette, pompoen, zoete aardappel en wortel
- Broccoli, bloemkoolblad en sperzieboon
- Paardenbloem en weegbree van een veilige, onbespoten plek
- Eetbare paddenstoel en zacht rottend blad als variatie
Vrucht & extra variatie
- Papaja, mango, meloen, peer en aardbei in kleine porties
- Banaan en zoeter fruit niet als dagelijkse basis
- Een zeer kleine eiwitrijke aanvulling alleen af en toe
- Voer verspreiden stimuleert zoeken en raspen
- Was groente en wild geplukt blad grondig
Laat dit staan
- Geen citrus of ander sterk zuur voer
- Geen ui, knoflook, prei, rabarber of avocado
- Geen zout, brood, pasta, zuivel of gekruid menseneten
- Geen planten van bespoten bermen of plekken met slakkenkorrels
- Geen grote berg waterige komkommer als volledig menu
DE PUNTJES OP DE I
De schelp wordt gebouwd van calcium.
Leg permanent een ruim stuk sepiaschild in het verblijf zodat de slak zelf calcium kan opnemen. Vervang het wanneer het vuil of zacht wordt. Strooi calcium niet standaard over al het voer: vrije keuze via sepia maakt het eenvoudiger om de opname zelf te regelen.
Langzaam betekent niet dat er weinig gebeurt.
Na het donker verschijnen de voelsprieten en begint een stille tocht langs blad, schors en ieder nieuw geurspoor.
GEDRAG & GEZONDHEID
Een zachte voet en een kwetsbare schelprand.
Hanteren
Maak schone handen nat met water en raak de slak rustig van voren aan. Til nooit aan de schelp terwijl de voet nog vastzit: schuif een natte vinger voorzichtig onder de voet en ondersteun daarna het hele dier. Raak de dunne, groeiende schelprand zo min mogelijk aan.
Schelp & groei
De schelp groeit aan de opening. Een gladde, stevige nieuwe rand past bij goede groei; diepe scheuren, afbrokkelende randen, witte zachte plekken of een plotseling doffe schelp vragen controle van calcium, voeding, vocht en valgevaar. Lijm een beschadiging nooit zelf dicht zonder deskundig advies.
Alarmtekens
Langdurig diep teruggetrokken blijven, sterk gewichtsverlies, een slap lichaam, aanhoudend gesloten zitten bij verder goede omstandigheden, vreemde geur, veel kleine parasieten of niet meer kunnen hechten zijn redenen om snel een dierenarts met ervaring in ongewervelden te bellen.
Hygiëne & quarantaine
Was handen vóór en na contact en laat een slak nooit over gezicht of mond kruipen. Houd nieuwe dieren apart met eigen materialen en controleer ze op mijten, wormen en schelpproblemen. Verwijder voerresten en ontlasting dagelijks; reinig zonder zeep- of desinfectieresten.
VOORDAT DE AFRIKAANSE REUZENSLAK KOMT
De boodschappenlijst.
Richt het verblijf volledig in en volg temperatuur en bodemvocht minstens een week voordat de slak verhuist.
- Ontsnappingsvrij, fijn geventileerd verblijf; voor 2–4 dieren minimaal circa 60 × 30 × 30 cm
- 10–15 cm onbemeste aarde-kokosbodem met bladstrooisel
- Brede kurkschors en kunststof bloempotjes met gladde openingen
- Eventueel springstaartjes en kleine vochtminnende pissebedden
- Ondiepe kunststof water- en voerschaal
- Groot stuk sepiaschild, permanent beschikbaar
- Digitale thermometer en hygrometer met sondes
- Plantenspuit voor lauw, veilig water
- Thermostaat en warmtemat voor zij- of achterwand wanneer de kamer te koel is
- Zachte ledverlichting met tijdschakelaar indien nodig
- Afwisselend vers blad, groente, kruiden en beperkt fruit
- Aparte bak en materialen voor quarantaine
ONZE BIJZONDERE-DIERENARTS
Dierenarts BOB in Baarn.
Wij gaan met onze bijzondere dieren naar Dierenarts BOB in Baarn. Bel bij ernstige schelpschade, onverklaarbaar terugtrekken, parasieten of sterk gewichtsverlies vooraf om te bespreken hoe de slak veilig vervoerd en onderzocht kan worden.
BRONNEN
← Terug naar alle dieren